Als een woonboot in een redelijke staat verkeert, is deze over het algemeen goed te verzekeren. Verzekeraars stellen altijd als minimale eis, dat de basis (het casco) betrouwbaar is en dat de woonboot veilig is te bewonen. Twee soorten verzekeringen zijn hierbij van toepassing. Namelijk die van de woonboot zèlf, de zogeheten cascoverzekering en die van de inboedel.

All-risk cascoverzekering

Een financieringsmaatschappij eist altijd een goede all-risk cascoverzekering. De waarde van de ligplaats hoeft u uiteraard niet te verzekeren. De premies liggen over het algemeen iets hoger dan bij een woning op de wal omdat er sprake is van roerend goed met extra risico’s, zoals aanvaring of zinken. Het is belangrijk altijd eerst de poliswaarden te controleren op volledige dekking!

Taxatierapport

De meeste verzekeringsmaatschappijen wensen een taxatierapport of sturen zelf een expert ter controle van de woonboot. U kunt verzekeren voor vervangingswaarde of herbouw-/nieuwwaarde.
Vaak neemt de verzekeringsmaatschappij een combinatie hiervan.

Pas op voor onderverzekering

Vooral bij vervangingswaarde bent u al snel onderverzekerd omdat men in de praktijk nooit, ter vervanging, een exact dezelfde woonboot zal kunnen terug kopen. U wordt dan meestal gedwongen méér te investeren.

In de praktijk blijken er grote premieverschillen te zijn. Als u een woonboot met een ijzeren casco tijdens de aankoopprocedure op de helling laat controleren, adviseren wij u een vlakrapport te laten maken. In de praktijk voert de verzekeringsmaatschappij de meeste keuringen uit. Deze stelt dan tegelijkertijd het vlakrapport op. Als een woonboot wordt versleept, moet u dit extra verzekeren. De sleper is namelijk alleen WA verzekerd.